Leipe Pipo – Deel 6

In Fictie, Heerlen door Nancy Bastiaans-LommenPlaats een reactie

Inspecteur Kel en Renée verlaten ‘t Koffiehuuske. Het is de elfde van de elfde en een groep uitgelaten carnavalisten loopt voor hen uit. Onder de brug naar Welten stoppen de feestvierders. Ze zetten een liedje in. Erik probeert met Renée langs de groep te lopen als hij wordt tegengehouden door een clown. Hij draait intimiderend om Kel heen en trekt uiteindelijk een pistool. Na een kort vuurgevecht zakt Kel gewond naar de grond. Hij ziet hoe Renée door de clown in een auto wordt geduwd en wegrijdt. Kel belt het alarmnummer. Hij vraagt om een kentekennummer na te trekken en om hulp.

inParkStad Advertentie

De Jong ijsbeert in de hal van het Zuyderland ziekenhuis. Waar blijft ze nou? Hij stopt en kijkt nog een keer of hij tussen het binnenkomende volk zijn collega ziet verschijnen. Daar is ze. Hij loopt haar tegenmoet. ‘Waar bleef je nou, Veronique?’
‘Ook hallo, Erik. Ik kwam daar niet weg. De familie van Gerards had zoveel vragen en dat verdriet, vreselijk. Ik wen daar nooit aan.’ Ze wrijft door haar zongebruinde gelaat en zucht. ‘Ik ben alweer aan vakantie toe. Hoe is het met André?’
Erik slaat een arm om haar heen en duwt haar lichtjes voort. ‘Hij wordt geopereerd.’ Bij de liften stopt hij en laat zijn vinger over het informatiebord glijden. Hij tikt ertegen en wijst naar de klapdeur naast de lift. ‘Daarheen.’
In het trappenhuis gaat hij Veronique voor en houdt op het Souterrain de deur voor haar open. Ze bedankt hem met haar mooie oogopslag. Kon ik haar maar vertellen wat ik voel. Hij stapt achter haar aan en schraapt zijn keel. ‘We hebben je gemist.’ Zijn stem trilt.
Veronique stopt en draait zich om.’ Haar bronzen huid kleurt rood. ‘Ik jou ook,’ fluistert ze en kijkt neer. Erik brengt zijn trillende hand naar haar kin en buigt zich voorover. ‘Meen je dat echt, Veronique? Ze knikt. Zijn hoofd tolt. Alles in hem schreeuwt om haar, maar André. Dit is niet het moment. Hij voelt haar warme hand op zijn wang en kan het niet meer tegenhouden. Precies op het moment dat hij zijn lippen naar de hare brengt, schrikt hij op van een hand op zijn rug. Hij draait zich geagiteerd om en kijkt neer op een dokter die met uitgestoken hand voor hem staat. ‘U bent de heer de Jong?’ Erik knikt. ‘Dokter Stevens, hoofdbehandelaar van uw collega, de heer Kel.’ Erik voelt zich betrapt, schaamt zich. Shit, waar ben ik mee bezig?
‘Hoe is het met hem? Het is een taaie, komt wel goed toch?’ Erik glimlacht geforceerd en probeert het gezicht van de arts te lezen.
‘Gaat u met mij mee?’ Niets van wat de dokter zegt of doet verraadt de toestand van Kel. Eriks maag trekt samen en bij iedere stap voelen zijn benen zwaarder. Veronique pakt zijn klamme hand en knijpt er bemoedigend in. Ze volgen dokter Cremers naar een spreekkamer waar hij het bordje van ‘vrij’ naar ‘niet storen’ verschuift en hen naar binnen begeleidt. ‘Gaat u zitten, rechercheur, mevrouw.’
Erik trekt een stoel naar achteren voor Veronique, neemt naast haar plaats en kijkt de dokter strak aan. ‘Dokter, laat ons alstublieft niet langer in spanning.’ Zijn ogen glijden van het gezicht van de arts naar zijn handen. Dokter Cremers schuift een doorzichtige zak over het bureau naar Erik toe. ‘We hebben gedaan wat we konden …’

Over de schrijver

Nancy Bastiaans-Lommen

is geboren en getogen in het centrum van Heerlen. Tot haar 36e heeft ze er gewoond en ook voor een groot deel haar werkzame leven als adviseur personeelszaken doorgebracht. Zo'n tien jaar geleden besloot ze met haar man de rust op te zoeken in het nabij gelegen Wijnandsrade. Inmiddels is ze teruggekeerd naar de stad waar haar hart ligt, Heerlen.

Reageer

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.