Leipe Pipo – Deel 5

In Fictie, Heerlen door Nancy Bastiaans-LommenPlaats een reactie

Inspecteur Kel brengt Renée op de hoogte van zijn vermoeden dat de driedubbele moord met haar te maken heeft. De twee alom bekende Heerlenaren zijn volgens hem ‘bijkomende schade’. Het derde onbekende lijk en de ID-kaart van Joppe, wijzen in de richting van de horecamedewerkster. Kel vraagt haar om de rest van de dag verlof op te nemen.

inParkStad Advertentie

‘Gelukt?’
Renée knikt en trekt haar jas aan. ‘Waar gaan we naar toe en wie is die dode dan, André? Gadver, wat een gedoe.’ Ze zucht.
Kel wrijft geruststellend over haar bovenarm en geeft haar een duwtje richting de uitgang. ‘Ik leg het je zo allemaal uit, geduld.’
Een gast die naast de deur zit springt op en houdt de deur voor Renée open. Hij kijkt Kel verwijtend aan. André trekt een grimas naar de man en loopt achter Renée aan.
Op het terras draaien de hoofden van een aantal blauwbekkende rokers zich naar het tweetal. ‘Kan ik nog even een peukje roken?’
‘Zoveel je wil, we gaan te voet.’ Kel moet zijn stem verheffen. Een groep verklede carnavalisten trekt uitgelaten voorbij. ‘Shit, ja, het is de elfde van de elfde, ‘ mompelt Renée met haar sigaret tussen haar lippen. Ze houdt een hand voor de vlam, inhaleert diep en houdt het pakje voor Kel. ‘Ik rook niet, dat weet je toch. Zullen we?’ Ze lopen een paar meter achter het bonte gezelschap aan. Onder de brug naar Welten, is het kabaal oorverdovend. Het moedigt de feestvierders aan daar te stoppen en ‘Heële, Heële’ in te zetten.
‘Godver, wat een kolere-herrie.’ Kel grijpt met een hand naar zijn voorhoofd en versnelt zijn pas. Hij trekt Renée mee in de boog die hij om de groep maakt. Een clown springt voor ze. Hij beweegt zijn armen golvend aan weerszijden van zijn lichaam en huppelt rondjes om hen heen. Kel foetert en Renée giert het uit. ‘Kutclowns, ik haat ze, Renée.’
De clown stopt voor hem en houdt zijn gezicht een paar centimeter voor die van de inspecteur. Hij houdt zijn armen gespreid. André’s arm schiet beschermend voor Renée. De clown buigt zijn hoofd schokkerig naar links, rechts, versnelt het tempo en grijnst. Kel geeft hem een duw. ‘Wegwezen, jij.’ De clown zet een hatelijke lach in en grijpt naar de binnenzak van zijn lange leren jas. Kels ogen schieten van zijn belager naar Renée en weer terug. ‘Zoek dekking Renée.’ Hij duwt haar hard naar de groep die niets in de gaten lijkt te hebben en grijpt naar zijn dienstwapen. De knallen weerkaatsen tegen de muren. Stemmen verstommen net als de toeters. Kel ziet de groep uiteenstuiven en wegrennen. De clown sleurt Renée mee, duwt haar in een auto die een meter verderop onder de brug geparkeerd staat. Hij scheurt weg. Kel grijpt naar zijn buik, zakt op zijn knieën en belt de centrale. ‘Zoek kenteken 34-LF-LF’ op en stuur een ambulance naar de …’

Over de schrijver

Nancy Bastiaans-Lommen

is geboren en getogen in het centrum van Heerlen. Tot haar 36e heeft ze er gewoond en ook voor een groot deel haar werkzame leven als adviseur personeelszaken doorgebracht. Zo'n tien jaar geleden besloot ze met haar man de rust op te zoeken in het nabij gelegen Wijnandsrade. Inmiddels is ze teruggekeerd naar de stad waar haar hart ligt, Heerlen.

Reageer

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.