De Valse Snaar (2)

In Fictie, Heerlen door Nancy Bastiaans-LommenPlaats een reactie

De Valse Snaar (2)

In de hal van de Pancratiuskerk ligt het levenloze lichaam van beroemd en gevreesd cabaretier Paul Dolhain. Voor Rechercheur de Jong zijn twee dingen kristalhelder. De doodsoorzaak (de pianosnaar om Paul zijn keel) en de complexiteit van deze zaak. Het slachtoffer heeft net zoveel vrienden als vijanden.

inParkStad Advertentie

De directeur van de muziekschool heeft De Jong naar de plaats delict gebracht. De uitgebreide lezing van de beste man over verschillende type snaren, begint Erik op de zenuwen te werken. Hij onderbreekt hem en zegt: ‘Gaat u maar naar uw werk. Wij melden ons als we nog informatie nodig hebben.’ De man kijkt hem verbouwereerd aan. Erik gooit er nog snel een ‘bedankt’ uit en draait zijn rug naar hem toe.

De technische recherche is inmiddels ook gearriveerd net als de doodvermoeide Kel. ‘Godverdomme, wat hebben we nu weer aan de fiets hangen,’ vloekt hij hardop. De Jong schraapt betekenisvol zijn keel en kijkt André aan. Kel snapt de hint en biedt snel zijn excuses aan. De koster knikt begrijpend en begint te vertellen over zijn gruwelijke ontdekking. ‘Er was niemand in de kerk. Nog geen kwartier voordat ik Paul zag liggen had ik de kerkdeuren van het slot gehaald en ben ik het oksaal opgelopen. Ik hoorde een klap en ben op het geluid afgegaan.’

Kel en De Jong doen beiden zichtbaar hun best om het gapen te onderdrukken. ‘Heren, u heeft een zware nacht achter de rug. Wenst u misschien een kop koffie in de sacristie?’ vraagt de koster. ‘Heerlijk,’ antwoorden ze in koor en volgen de koster. ‘Wacht even,’ roept Jos en vervolgt: ‘Ik twijfel eraan of de snaar wel de doodsoorzaak is. Er zitten resten braaksel in zijn mond en op zijn kleren. De vloer is voor een deel gereinigd. Ik denk dat de dader de echte doodsoorzaak heeft willen verbloemen.’
‘Waar denk je dan aan? Vergiftiging?’ vraagt Kel. ‘Ja, dat is zeker mogelijk,’ antwoordt Jos. ‘Oké, ga maar verder met jullie onderzoek. Wij horen later graag meer over je bevindingen.’

De rechercheurs en de koster vervolgen hun weg naar de sacristie. De klokken slaan en opnieuw staan ze stil in het gangpad. De koster kijkt op zijn horloge. ‘Hoe kan dit nu? Het is nog helemaal geen tijd. En dan die melodie,’ zegt hij geschrokken. Kel zingt zacht mee: ‘In een discotheek, zat ik van de week.’ De rechercheurs kijken elkaar aan. ‘Hoor ik dit nu echt goed? Hazus?’ vraagt Erik. Als Kel ja knikt, vraagt hij de koster de weg naar de klokkentoren en zet het op een rennen. (wordt vervolgd)

Over de schrijver

Nancy Bastiaans-Lommen

is geboren en getogen in het centrum van Heerlen. Tot haar 36e heeft ze er gewoond en ook voor een groot deel haar werkzame leven als adviseur personeelszaken doorgebracht. Zo'n tien jaar geleden besloot ze met haar man de rust op te zoeken in het nabij gelegen Wijnandsrade. Inmiddels is ze teruggekeerd naar de stad waar haar hart ligt, Heerlen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.