NEUS! Ik noem je een neus!

In Verhalen door Frits HartgerinkPlaats een reactie

Neus

Hij zuchtte diep…. De sergeant keek ons moedeloos aan. Hij was niet de eerste die een poging gewaagd had. Bij de scouting destijds kreeg ik keer op keer uitleg maar op de een of andere manier kreeg ik het werken met kaart en kompas nooit onder de knie…..“Kom op, ik heb het nou drie keer laten zien! Zo moeilijk is het verdomme niet!”

inParkStad Advertentie

Uiteindelijk deed ik dan ook maar alsof ik het begreep. Niet dat dit daadwerkelijk zo was, maar zijn hoofd werd roder en roder en die kloppende ader in zijn nek werd meer en meer zichtbaar. Het zou niet lang meer duren voor hij een van zijn welbekende woedeaanvallen zou krijgen…
“NEUS! Ik NOEM JE EEN NEUS! En weet je waarom? OMDAT IK JE GEEN L#L MAG NOEMEN!!!!!”
“Aaaahhhh zo!” loog ik om hem niet nog bozer te maken: “ Ja, ik geloof dat ik het wel begr…”
Hij stond op en keek me tevreden aan. “Goed, alsjeblieft!”
Ik hield het kompas twijfelend in mijn handen.
“Weet u zeker dat ik…. Ik denk dat het beter is als u….”
“Nee Hartgerink, JIJ leidt jouw groepje gedurende deze bivak! Jij houdt het kompas bij je en neemt vandaag de leiding!”
En daar gingen we…. amper 18 jaar en nog een bolvormige “verse” baret op mijn hoofd. De jongste van het peloton. Wat zeg ik, van de hele compagnie!
Maar IK moest de leiding nemen. Op de kaart stond een route uitgestippeld. Op een geplastificeerd A4-tje opdrachten die we gedurende de bivak moesten uitvoeren.

Lichting 91-3

Lichting 91-3, Opleidingscentrum voor de medisch geneeskundige troepen (in de volksmond “Hospik”) in Hollandsche Rading. Een klein dorpje in de omgeving van Hilversum. Omdat ik destijds van meneer Severens te horen had gekregen dat ik met Pasen van de Havo op de St. Jan verwijderd zou gaan worden had ik maar vrijwillig getekend voor militaire dienst. In mijn tijd was je nog gewoon dienstplichtig, dus ik moest toch. Daar had je weinig keus in. Ik had de brief (tot oproepen) al stiekem aangevraagd, ondertekend en opgestuurd. Uiteraard mijn ouders niet ingelicht hierover. Amper twee weken later kwam ik op vrijdag uit school. Ik schonk me een lekker kopje thee in en verslikte me in de eerste slok.
“Er is een brief voor jou gekomen van defensie?”
Mijn moeder reikte me de gesloten envelop aan. De brief zag er officieel uit.
Slik…. Ik trok hem voorzichtig open en begon te lezen…. Keek af en toe eens voorzichtig op naar de keuken…. Las de brief nog eens en bedacht hoe ik dit aan moest pakken.
“Pap…Mam… Kom eens zitten… Ik geloof dat we moeten praten.

We gaan voor optie twee

Ik denk dat we zo’n drie kwartier onderweg waren toen we opdracht twee van de bivak lazen. “Steek nu het weiland schuin over en vervolg je weg rechtsaf langs de rivier.”
Okee….euh…. Tja….“Weiland?”
We keken om ons heen maar stonden toch echt midden op het marktplein van Hilversum.
Ergens was er iets mis gegaan.
Goed… even de koppen bij elkaar steken… We waren met vijf man en we hadden twee opties.
Optie 1: We gaan terug en beginnen volledig opnieuw. De sergeant zal “not amused” zijn, op z’n minst. (“NEUS!!!! JE BENT EEN NEUS!”) We zullen het lachertje zijn van het peloton. Als eerste vertrokken, als laatste binnen….
Mmmm, dan klinkt optie twee beter. Iedereen had zijn beurs bij zich. We zouden ze hoe dan ook op de donder krijgen, dan maar het beste er van maken. En lachend stapten we het café binnen.

Met de taxi op appèl

De andere groepjes waren langzaam binnen komen druppelen. Letterlijk… Slotenmars, een verrassing die “ze” in de tocht verwerkt hadden. En, zoals dat hoort, moesten ze allemaal op de appélplaats op de laatste groep wachten. Op ons dus.
We hadden genoeg moed ingedronken om de sergeant weer onder ogen te komen en reden met een rotvaart met z’n vijven (4 man op elkaar achterin) in de taxi, terug naar Hollandsche Rading.
“Ah toe? Mogen we met de taxi de kazerne op?” keken we de “wacht” bij de poort aan. Deze jongens waren net zo dienstplichtig als wijzelf dus ze zagen er de humor wel van in. We mochten door!
“Toeteren! Kom op chauffeur! Toeteren!”
En met een enorme herrie kwamen we de appélplaats op rijden. Lachen!
De deur werd open gegooid en we rolden de taxi uit.
“Daar zijn we dan!”
Hoewel de rest van het peloton doodmoe en zeiknat van de slotenmars was, om deze actie moesten ze toch wel hard lachen!
Op een persoon na….. Wel eens iemand zo boos gezien dat ie het woord “neus” niet meer uit zijn strot kreeg????

Over de schrijver

Frits Hartgerink

inParkstad columnist met het hart op de tong. Zijn herkenbare verhalen vol humor zetten aan tot nadenken, maar altijd met een knipoog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.