Fictie: Bloedbloemen – deel 6

In Fictie, Heerlen, Verhalen door Nancy Bastiaans-Lommen2 Reacties

bloedbloemen - deel 6

Kel voelt zich genoodzaakt contact op te nemen met zijn oude kameraad, de topcrimineel Joppe alias ‘de gladde‘. Niet alleen zijn intuïtie maar ook de omstandigheden wijzen er steeds meer op dat er een verband is tussen deze bijzondere vriendschap en de moorden. Net als hij op het punt staat het telefoonnummer van ‘de gladde’ op te zoeken meldt De Jong een derde slachtoffer. ‘John Janssen, je kent hem wel, de eigenaar van Bufkes, liet zijn hond uit in het Imsteraderbos en vond een dode vrouw‘.

inParkStad Advertentie

Weten we wie ze is‘? vraagt Kel. ‘Jazeker‘, antwoordt Erik en vertelt dat het slachtoffer ene Manon Laval is: ‘Een jonge vrouw, heeft een relatie en kinderen uit een eerder huwelijk. Ze werkt bij de bank en aan haar kleding te zien was ze ernaar op weg‘. De inspecteur wordt eerst zo rood als zijn haren. Vervolgens trekt alle kleur weg uit zijn gezicht en beginnen zijn handen te trillen. ‘Wat is er André, ben je ziek‘? vraagt Erik geschrokken. Hij heeft zijn baas nog nooit zo gezien. ‘Nee, niks laat maar. Vertel verder, wat weet je nog meer‘? Erik beschrijft de omstandigheden op de plaats delict: ‘Manon is net als Nicole en Theo, bedekt met bloemen en een doorgesneden keel aangetroffen. Jos Widdershoven van de technische recherche is ter plekke en hij beaamt mijn vermoeden dat mevrouw Laval elders is omgebracht en daarna in het bos is gedumpt.

Inspecteur Kel vraagt zijn collega om deze dag de honneurs waar te nemen. ‘Ik heb lucht nodig‘, geeft hij als reden op. Erik, die denkt dat André ziek is, knikt begrijpend. Toen Kel de naam van het nieuwe slachtoffer hoorde wist hij het zeker. De dader heeft het op hem en Joppe gemunt. Maar waarom? Hij moet zijn oude vriend spreken, maar eerst moet hij zijn hoofd leegmaken. Hij wandelt door de stad langs de Schouwburg naar het Thermenmuseum. Kijkend naar de plek waar de Romeinen eeuwen geleden rondwaarden lukt het hem meestal om tot rust te komen, maar niet vandaag. In alle consternatie is Kel vergeten dat het maandag is. Het museum is gesloten. Hij loopt door naar het Tempsplein, de tweede plek waar hij meestal tot rust komt. Hij gelooft niet, maar het Heilig hartbeeld met de gespreide armen geeft hem gek genoeg een geborgen gevoel. Het kalmeert hem.

Hij zit op een bankje tegenover het beeld met zijn ellebogen op zijn knieën. Zijn handen ondersteunen zijn hoofd. De gewenste rust blijft uit omdat kakelende scholieren en dronken zwervers de overige bankjes in beslag nemen. Kel slaakt een geërgerde zucht en besluit een broodje te gaan eten bij ‘de bakker’ waar zijn leven een geheel andere wending heeft gekregen. Bij binnenkomst kijkt hij in de ogen van ‘de gladde’ die hem een blik toewerpt alsof hij tegen André wil zeggen dat hij te laat is voor hun afspraak…

(wordt vervolgd)

Over de schrijver

Nancy Bastiaans-Lommen

is geboren en getogen in het centrum van Heerlen. Tot haar 36e heeft ze er gewoond en ook voor een groot deel haar werkzame leven als adviseur personeelszaken doorgebracht. Zo'n tien jaar geleden besloot ze met haar man de rust op te zoeken in het nabij gelegen Wijnandsrade. Inmiddels is ze teruggekeerd naar de stad waar haar hart ligt, Heerlen.

2 reacties op “Fictie: Bloedbloemen – deel 6”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.