Mergelzwijntjes

In Verhalen door Frits HartgerinkPlaats een reactie

Mergelzwijntjes

Meerdere jaren heb ik meegewerkt als leider bij kindervakantiewerk. Een week lang, lekker onpedagogisch, een groep kinderen aansturen met een aantal goede vrienden. Onpedagogisch? Zeer! En juist daarom vonden die kids dat zo leuk! Eindelijk een weekje alleen maar keten zonder dat er iets geleerd hoefde te worden. Lekker het bos in en spelen. Een (zelfgemaakte) zeepkistenrace van een steile berg. Een playbackshow/talentenjacht. Speurtochten. Vossenjachten. Het was een groot feest. De kinderen vonden het gelukkig ook nog leuk.

inParkStad Advertentie

Een van de hoogtepunten van ieder jaar was de zogenaamde horrortocht. Een nachtelijke wandeling waarbij wij, de leiders, de kinderen zo bang mogelijk probeerden te maken. Het begon allemaal nog vrij onschuldig. Een heks. Een vampier. Het enthousiasme van de kinderen zorgde ervoor dat onze ‘acts’ steeds heftiger werden. Het werd pas echt gaaf toen we een horrortocht in een grot in Valkenburg mochten organiseren.

Mergelzwijntjes

Het voorbereiden op deze tocht begon al op de eerste dag. De kinderen hadden uiteraard niet door hoe zeer zij aan onze grollen werden blootgesteld. Terloops vertelt een leider aan een andere leider (wetend dat er ALTIJD wel kinderen stiekem mee luisteren) dat er weer ‘mergelzwijntjes’ gesignaleerd zijn in de Valkenburgse grotten. Een mergelzwijntje hoor ik U vragen? Nooit van gehoord! Nou, ik zal het U uitleggen. Mergelzwijntjes zijn gewone varkens die tientallen jaren geleden per ongeluk door een verzakking van de grond in een grot zijn gevallen. Zij kunnen er niet zelf uitklimmen dus de enige mogelijkheid die zij hebben om te overleven is om zich aan te passen naar het leven in de grot.

Inmiddels hebben zij zich voortgeplant en zijn ze, na verschillende generaties onder de grond geleefd te hebben, LE-VENS-GE-VAAR-LIJK! Slagtanden. Bloeddoorlopen ogen. Een gepantserde huid. Ze leven, bij gebrek aan beter, op een dieet van champignons en slijpen hun tanden aan mergel! Geduldig wachtend op een ECHTE prooi. Van vlees. Als ze vlees ruiken (bijvoorbeeld kinderbenen) dan kunnen ze zich niet beheersen en vallen onherroepelijk aan. Met hun slagtanden verscheuren zij hun prooi. Het is maar goed dat jagers de grotten afstruinen om deze monsters af te slachten.

Klinkt geloofwaardig toch? We moeten dan ook vaak ons gezicht in de plooi houden als er weer een kind (ver voor de daadwerkelijke tocht) voor je staat met de vraag ‘Is dat waar, van die mergelzwijntjes? En zitten die écht niet in de grot waar we de tocht hebben?’ ‘Nee joh, tuurlijk niet! Tenminste….waarschijnlijk niet…’ Het plan werkt. Nu al.

Klaar voor de tocht

Woensdagavond rond 19 uur verzamelen de ‘acts’ zich. We gaan de grot in. Klaar voor de grote tocht. De leiding die met de kids mee moeten lopen bereidt zich voor op een lange, zware avond. Want hoe stoer ze ook van tevoren doen (‘ik was écht niet bang vorig jaar!’), hoe dichterbij het tijdstip van de tocht we komen…. hoe stiller de groep kinderen word (we hebben het over 11/12 jarigen).

Erik, John en ik spannen een touw in de grot en we zijn klaar. Wetend dat onze act het heftigst van allemaal voor ze gaat zijn, gniffel. Dan begint het wachten. Om 20 uur gaat de eerste groep vertrekken dus zo rond 20.30 uur zullen ze, naar verwachting, bij ons zijn. Jawel hoor, in de verte hoorde je een kettingzaag gestart worden gevolgd door oorverdovend gegil. Jeez, wat kunnen meisjes van die leeftijd hard schreeuwen. En hoog! Erik gaat vooraan het touw (+/- 40 meter) staan en John en ik nemen onze plek in.

Nestelende vleermuizen

‘Daar staat iemand! IIIIIIIIIIIIIIIIIEEEEEEEEEEHHHH’ Zucht, nu al gillen. Dat belooft wat. Erik spreekt hen streng toe: ‘Nee jongens, serieus. Jullie moeten nu een gang door lopen waar vleermuizen nestelen en deze beesten kunnen in paniek raken. Ze gaan fladderen als ze gestoord worden. Dadelijk gaat de tocht verder maar nu even stil!’ Uiteraard moet ook even het licht van de zaklampen gedoofd worden want ook hiervan kunnen die arme beestjes schrikken. ‘Gelukkig hebben we een touw gespannen. Als jullie gewoon rustig het touw vastpakken en dat zo stil mogelijk volgen dan komt het helemaal goed.’ John en ik zitten uiteraard halverwege het touw in een nis verstopt. Iemand even door zijn haar te wrijven blijkt voldoende om ze totaal in paniek te krijgen. Aaaah! Vleermuizen!!!! IIIIIIIIIIIIIIIIIEEEEEEEEEEHHHH

Is dit genoeg voor ons? Die arme kinderen zijn al zo geschrokken. Nee, tuurlijk niet! We hebben al die verhalen niet voor niets verteld de hele week. Op handen en voeten kom ik zo snel mogelijk dwars onder het touw doorgekropen. Tussen de kinderen door, zo hard mogelijk knorrend. En jawel hoor, totale paniek in de tent. ‘MERGELZWIJNTJES! NEEEEE!’

Wat een sadisten. Die arme kinderen. Ik hoor het U denken. Welnee. Ze vonden het geweldig. Hoe heftiger, hoe leuker. Tuurlijk waren er tranen tijdens de tocht, maar de verhalen ’s avonds aan het kampvuur maken alles weer goed. Beretrots dat ze de horrortocht helemaal uitgelopen hebben. ‘Ik was écht niet bang dit jaar!’

Een leuk vervolg

De horrortochten kregen na het kindervakantiewerk nog een leuk vervolg. Het sprak zich rond onder de ouders, dat deze tocht zo ‘heftig’ en ‘stoer’ was dat de kinderen er weken daarna nog enthousiast over vertelden. ‘Goh’, sprak een van de vaders ons een keer aan in de lokale kroeg: ‘Dat zou nog eens een leuk idee zijn voor het teamuitje van ons bedrijf.’ Mmmm, dat zou zeker een leuk idee zijn.

Daar zal ik het volgende week over hebben….

Over de schrijver

Frits Hartgerink

inParkstad columnist met het hart op de tong. Zijn herkenbare verhalen vol humor zetten aan tot nadenken, maar altijd met een knipoog.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.