Óme Frans

In Heerlen, Mensen, Verhalen door Frits Hartgerink4 Reacties

Ome Frans was een beetje…apart… Tuurlijk was het geen echte oom maar vroeger, toen je klein was, noemde je gewoon elke volwassene in je omgeving zo. Zo had ik ome Matt, Tante Kitty. Ome Ger, tante Mario…En ome Frans dus. Het was onze directe buurman en er gingen de wildste verhalen over hem rond bij ons kinderen. Het was een kinderlokker (absoluut niet waar!) Hij had in de gevangenis gezeten. (Dat dan weer wel…) Hij dronk veel te veel (tja…) In ieder geval was het een opvallend figuur bij ons op het pleintje.

inParkStad Advertentie

De dag dat ik geboren ben kwam hij met een fietsje binnen lopen. “Dat heeft vast nog niemand gegeven!” Ik woonde vlakbij mijn school dus tussen de middag kon ik gewoon thuis gaan eten. Normaal wel, maar op een dag hadden mijn ouders een afspraak in het ziekenhuis en moesten ze improviseren. Misschien voor een keer op school overblijven? Welnee! Ome Frans riep vanachter de poort ‘kom maar lekker hier eten morgen. Ben maar niet bang. Ik zorg dat dat jong een lekkere boterham krijgt.’ De dag erop tussen de middag dus naar de buren. ‘Heb je honger? Ik heb een verrassing!’ En ja hoor, vier frikandellen later huppelde ik weer vrolijk terug naar het schoolplein.

Kamerolifantje

Zijn vrouw was (hoe zeg ik dit netjes?) ietwat gezet. Zijn koosnaampje voor haar vond ik dan ook enorm grappig toen ik een jaar of 4 was. Desalniettemin kreeg ik een flinke draai om mijn oren van mijn moeder toen ik naar buiten liep en heel vriendelijk “Goedemorgen kamer olifantje” tegen haar zei! ‘Maar ome Frans zegt dat toch ook altijd!’

In November en December was ome Frans in te huren als Sinterklaas! Niet dat IEMAND in Mariarade dit ooit deed want het was een apart gezelschap. Samen met wat vrienden dronken ze ’s middags moed in (vul ik even in) en daar kwamen ze naar buiten. Altijd een feest om te zien. De baard zat voor geen meter en de zwarte pieten kan ik alleen maar omschrijven als ‘doodeng’. Ze stapten de auto in. De mijter scheef op het hoofd waardoor de pruik en baard ook schuin gingen. Daar vertrokken ze. Een rondje om het plein en daar stopte de auto weer. ‘Godverdegodver!’ De pieten renden terug naar binnen en kwamen een paar tellen later weer naar buiten. Mét handschoenen deze keer.

Verstoppertje spelen

Waren wij kinderen verstoppertje aan het spelen dan mocht je gerust bij hem de zolder op. En dan vanuit het zolderraam kijken hoe je vriendje je aan het zoeken was. Lachen. Omdat hij ‘raar’ was en dit soort grapjes allemaal mochten bij hem wilden veel ouders niet dat we bij hem in de buurt kwamen. Daarnaast waren veel kinderen uit de buurt ook bang voor hem. Hij zag er dan ook uit alsof ie zo uit de jaren 60 was komen aanwandelen. Zijn haar altijd ingevet (Pikzwart en glanzend), altijd een sigaret in zijn hand en een ‘wilde’ blik in zijn ogen. Maar ome Frans was totaal ongevaarlijk. Gewoon ‘een beetje gek’. Ik mocht hem dan ook ontzettend graag en kon echt kwaad worden als mensen negatieve kulverhaaltjes rond bazuinden over hem.

Hij had een grote hobby en dat was het houden van duiven. Als er een wedstrijd was dan kreeg je als kind de instructie om geen lawaai te maken want “de duiven moeten binnen komen”. Stiekem heb ik meer dan eens moeten lachen als hij op een duif op het dak stond te foeteren omdat deze dus maar niet zijn hok in wilde!

Apart volk

Na de dood van zijn vrouw ging het helaas een tijdje niet goed met hem. Hij dronk steeds meer en werd ook steeds luidruchtiger. En er zat altijd ‘apart volk’ bij hem binnen. Gezellig aan de zuip op kosten van ome Frans. Ik had echt te doen met hem in die tijd. Mijn moeder probeerde wel eens met hem te praten en dan beloofde hij beterschap maar in de praktijk ging het echt bergafwaarts met hem. Ik zal een jaar of 18 geweest zijn toen er rond een uur of 11 ’s avonds aangebeld werd. Een van zijn “drinkbroeders” stond aan de deur. “Frans is dood!” Omdat ik de deur had geopend liep ik mee. De deur naar de woonkamer werd geopend. Een dichte rook walm had de kamer gevuld. Ome Frans lag op de bank en in de eerste instantie leek het er inderdaad op dat hij niet ademde. Een andere man hing (met een peuk in zijn mond) boven hem. ‘Hij ademt nog gewoon hoor.’

Ome Frans had wat veel alcohol tot zich genomen. Ik zette een raam open en rammelde eens aan hem. “Ome Frans? Joehoe! Ome Frans!” Hij kreunde eens flink en opende zijn ogen. ‘Fritske?’ (Altijd Fritske, maakte niet uit dat ik inmiddels een jonge man was.) Hij glimlachte ‘Ik heb jou je eerste fietsje gekocht.’

Gelukkig was dit moment wel een eyeopener geweest voor hem. Hij dronk daarna wel nog maar wel een heel stuk minder. Uiteindelijk had hij een nieuwe vriendin en leek hij zijn zaakjes weer (op zijn eigen manier) op orde te krijgen. Nadat mijn ouders verhuisden naar de Emmastaete heb ik hem nooit meer gezien. Ik heb wel nog gehoord dat hij uiteindelijk naar een verzorgingshuis is gegaan. En een tijd terug hoorde ik dat hij daar vredig is ingeslapen. Tja, ome Frans was een beetje rare vogel. Hij was een beetje gek maar toch, het was míjn ome Frans. Heeft niet iedere wijk zijn eigen ‘ome Frans’? En ben eens eerlijk. Maakt dat de wijk niet nét wat leuker en kleurrijker?

Over de schrijver

Frits Hartgerink

inParkstad columnist met het hart op de tong. Zijn herkenbare verhalen vol humor zetten aan tot nadenken, maar altijd met een knipoog.

4 reacties op “Óme Frans”

  1. Leuk geschreven Frits, hoop dat er meer mensen van het pleintje aan de beurt komen 😉 jammer genoeg zijn veel “oude bewoners” weg!

  2. dat is een leuk verhaal en de pure waarheid ik ben een zus van hem en ben tot de laatste zucht bij hem gebleven

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.