Wiens museum? Mijn museum!

In Verhalen door Frits Hartgerink1 Reactie

boeteren

Kijk thuis bij je ouders of grootouders eens tussen hun lp’s. Grote kans dat je een “doos van een lp” tegenkomt. Drie keer zo dik als een gewone lp. Op de voorzijde een zwart-witfoto van een groep mijnwerkers op weg naar hun “sjiech”. Het is het album “Witste nog, Koempel” van de, in Limburg, legendarische groep “Carboon”! In deze column neem ik u mee naar het Mijnmuseum. (Tekst: Frits Hartgerink – Foto: Fotocollectie DeMijnen/DSM)

inParkStad Advertentie

Mijnverleden

We hebben allemaal wel een opa, oom of misschien wel vader die in de mijn gewerkt heeft. We kennen allemaal de verhalen over hoe zwaar het werk daar was. Kruipen door amper begaanbare gangen, de hitte ondergronds, de zwarte gezichten en de vaak vreselijke gevolgen van dit zware werk. Een van mijn opa’s heb ik nooit mogen kennen omdat hij op 52-jarige leeftijd is overleden aan stoflongen. Mijn oom Jo Derikx, zelf een oud mijnwerker, verzorgt al sinds jaar en dag rondleidingen bij het Mijnmuseum, midden in het centrum van Heerlen. Net als velen van U wist ik wel van het bestaan van het museum, maar tot mijn schande moet ik bekennen dat ik nooit de moeite had genomen om hier eens naar toe te gaan.

Mijnmuseum

Afgelopen zondag was ik op bezoek bij mijn vader en daar was mijn oom ook. Natuurlijk kwam het museum weer ter sprake. Zijn enthousiasme en gulle lach overtuigden me. Dinsdag ben ik in de auto gestapt om NU ECHT eens een kijkje te gaan nemen. Wat me direct bij binnenkomst opvalt is de kameraadschap die nu nog, na al die jaren, tussen de vrijwilligers (allen oud-mijnwerker) aanwezig is! Ze zitten ontspannen met een kop koffie te wachten op de eerste bezoekers voor de rondleiding van 11 uur. Over en weer grappen makend, elkaar lekker “bezeiken.” Kortom, de sfeer zit er meteen in! De rondleiding kan beginnen!

Virtual reality

Ik word achter een computer gezet en krijg een virtual reality brilletje (de eerste keer dat ik zo’n bril op krijg maar ik moet zeggen: Geweldig!) en daar begint de “rit.” In een “karretje” vlieg je zogenaamd door de mijn heen en hier en daar maak je een tussenstop waar verteld wordt hoe de mijnen ontstaan zijn en op welke wijze men de steenkool verzamelde. Tenminste… De stem van deze virtual reality ervaring wordt compleet overstemd door het gebulder van de heren achter mij die me keihard uitlachen omdat ik me constant aan het bukken ben voor de “lage wanden” of meebuig in een virtuele bocht. Het zal inderdaad een raar gezicht zijn, zo’n grote kale man die zit te breakdancen voor een computerscherm met zo’n stomme bril op.

Sprekend verleden

Daarna twee korte filmpjes. De eerste uit de jaren 20/30. De tijd van mijn opa. Daarna een tweede uit de jaren 70, de laatste jaren voor de sluiting van de mijnen in 1974. Tuurlijk heb ik al eerder beelden gezien van de harde realiteit van dit werk maar in deze omgeving maakt het behoorlijk indruk. Ook de daadwerkelijke rondleiding, het vasthouden van de zware werktuigen. Het doet me wat. De mijnschacht is nu volgestort en onbegaanbaar gemaakt,  maar ooit zakte men hier af naar een diepte van 800 (zegge achthonderd!!!!) meter. Het pasje met een foto van mijn piepjonge vader hangt er aan de muur. Het gaf hem toestemming om, ondanks de avondklok in de oorlog, tóch over straat naar zijn werk te gaan. Samen met de vele enthousiaste verhalen van mijn oom wordt het allemaal… écht!

De mijn op

In die tijd had je geen keuze. Er is maar weinig geld. Studeren is voor een “gewone” jongen niet weggelegd. Naar de OVS (Ondergrondse Vakschool) en dan de mijn op! Eerst, vanaf je 14e, bovengronds om een goede werkhouding aan te leren en als je 17 bent, hup, naar onder! Geld verdienen! Claustrofobie? Ach joh, na een paar weken merk je daar niks meer van! Angst in het donker? Hartkloppingen door het idee dat je 800 meter diep onder de grond zit? Dat went wel! Daar kunnen wij ons, in deze tijd, geen voorstelling van maken! Ik heb dan ook diep respect gekregen voor al die mannen die hier hun (werkend) leven door hebben gebracht en besef weer wat voor een prachtgeschiedenis wij in Limburg hebben!

Ik vraag mijn oom hoe hij terugkijkt op deze tijd. Zijn antwoord is even simpel als duidelijk. “Een prachttijd waarin we hard moesten werken, maar ook een echte kameraadschap onder elkaar hadden.”

Ik neem afscheid en ga diep onder de indruk van alles naar huis. Ik kan iedereen van harte aanbevelen om het mijnmuseum te bezoeken. Op een regenachtige vakantiedag (Mahaaaam, ik verveeeeeel me!) of in groepsverband (Meesters, juffen, scoutingleiding, leest U mee?) De heren vrijwilligers gaan gauw lunchen, “boeteren” zoals ze het zelf noemen. Om half twee is er weer een nieuwe rondleiding. Als ik wegloop zou ik zweren dat ik de vrijwilligers nog tegen elkaar hoor mompelen: “Witste nog Koempel”.

Het nummer ‘bottere‘ van Carboon kun je HIER bekijken!

Over de schrijver

Frits Hartgerink

inParkstad columnist met het hart op de tong. Zijn herkenbare verhalen vol humor zetten aan tot nadenken, maar altijd met een knipoog.

Eén reactie op “Wiens museum? Mijn museum!”

  1. Alweer een top column Frits!!!
    Inderdaad even in gedachten houden voor uitstapje met de scouts.

    ?
    Marco

Reageer

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.